Melkveebedrijf

Zoals zoveel bedrijven in de Achterhoek is ook dit melkveebedrijf in 1903 opgericht als gemengd bedrijf met koeien, varkens, kippen en natuurlijk paarden. De paarden werden gebruikt voor het landwerk. Tractoren waren er in die tijd nog niet. Door de jaren heen is men zich meer gaan toeleggen op het melkvee en verdwenen de varkens van het bedrijf. In 1965 waren er inmiddels zo’n 30 koeien aanwezig. Deze stonden op een grupstal, vast aan een ketting.

In 1976 werd de zgn. ligboxenstal gebouwd met ruimte voor 55 koeien. In deze stal liepen de koeien los en konden ze gaan liggen waar ze wilden in de “ligboxen”.  Door eigen aanfok werd het aantal koeien op het melkveebedrijf langzamerhand uitgebreid to ca. 40. Het was de bedoeling om elk jaar iets te groeien totdat de stalcapaciteit (55) benut was.

Helaas maakte de overheid daar in 1983 een eind aan. Er was een overschot aan melk in Nederland en daarom werd de “Superheffing” ingevoerd. Nederland kreeg een landenquotum en alle boeren een deel daarvan. Gelijk aan de hoeveelheid welke de laatste jaren was geleverd. Als men meer molk dan het quotum moest men “Superheffing” (boete) betalen. (De quotumregeling is in 2016 afgeschaft). Als je desondanks toch wilde groeien, moest je (duur) melkquota van een stoppende boer kopen.

Verbreding

Om toch niet stil te staan, stilstand is immers achteruitgang, hebben we in 1986 besloten er een andere tak bij te nemen. In dat jaar is er een vleesstierenstal gebouwd voor 98 dieren. Vleesstieren komen op het bedrijf als ze ca. 3 maand oud zijn. Dan worden ze ruim een jaar lang gevoerd om vervolgens tot o.a. biefstuk te worden verwerkt.

Als gevolg van de steeds dalende opbrengstprijzen van de vleesstieren, hebben we na 10 jaar het roer weer omgegooid en zijn we rosékalveren gaan houden in dezelfde stal. Rosékalveren blijven slechts 9 maanden op het bedrijf alvorens ze worden verwerkt tot kalfsvlees. Het geïnvesteerde geld zit dan ook niet zo lang “vast”.

Tevens zijn we vanaf dat jaar toch begonnen met de aankoop van melkquota. Ons referentie quotum was 215.000 kg. Dit is door de jaren heen uitgebreid tot 600.000 kg in 2011. Omdat we door deze groei gebrek hadden aan stalruimte voor het jongvee, zijn de rosékalveren in 2000 van het bedrijf verdwenen.

In 1999 zijn we met de ijsproductie begonnen. Meer daarover vindt u elders op onze site.

Automatisering

Ons melkveebedrijf van achteren gezien met rechts de mestsilo.

In 2008 hebben we de ligboxenstal grondig verbouwd. Hij is niet alleen veel hoger geworden, maar ook langer. Tevens is in dat jaar de melkrobot geplaatst. We beschikken nu dus over een (redelijk) geautomatiseerde stal. De koeien worden geheel automatisch gemolken met de melkrobot, het krachtvoer wordt automatisch vertrekt in krachtvoerboxen en het ruwvoer (gras en mais) wordt gemengd verstrekt aan een zgn. Weelink-voerhek. Dit is een elektrisch beweegbaar voerhek welke door middel van een druk op de knop automatisch naar het voer toe schuift. Tevens zijn er koeborstels aanwezig waaraan ze zich heerlijk kunnen schuren. De ligboxen zijn voorzien van een 4 cm. dikke koematras, welke voor extra koecomfort zorgt.

Het werk op het land en in de wei wordt al enkele jaren hoofdzakelijk door de loonwerker (Baks Borculo) gedaan. De machines zijn in onze ogen veel te duur en gebrek aan tijd speelt ook mee. Gras en mais worden eerst apart ingekuild in zgn. sleufsilo’s. Daarna komt 3x per jaar een andere loonwerker (Wielink) om het voer in een bepaalde verhouding te mengen. Tevens worden er dan vitamines en mineralen toegevoegd. Dit mengsel word opnieuw ingekuild in een “mengkuil”. Van daaruit kunnen we dan zelf, met een simpele trekker en kuilvoersnijder, pakken voer snijden en tussen het Weelink-voerhek zetten.

Loonbedrijf Baks aan het grasmaaien met een triple maaier.     Loonbedrijf Wielink druk bezig om een mengkuil te maken.     De koeien kunnen de gehele dag door het gemengde voer opnemen.